SGB 2 'Borsele' (gebouwd in 1924)
Info over de locomotief:

In 1924 bouwde de Duitse fabrikant Krupp in Essen tien stoomlocomotieven. De locomotieven kregen de fabrieksnummers 737 t/m 746. Krupp gebruikte de locomotieven voor rangeerwerkzaamheden op haar eigen fabrieksterrein en verhuurde de locomotieven. In de jaren '30 besloot Krupp een deel van de locomotieven alsnog te verkopen. De 745 (de huidige SGB 2) werd in 1931 verkocht aan de steenkolenmijn Laura. De 745 kreeg het nummer 9. De 737 werd in 1932 verkocht aan de Limburgsche Tramweg-Maatschappij en kreeg daar het nummer 53. De locomotief kreeg de donkergroene huisstijl van de LTM. De LTM 53 werd gebruikt voor het rijden van kolentreinen tussen het NS-station in Echt en de haven van Maasbracht.

De nieuwe tramlijnen van de Limburgsche Tramweg-Maatschappij werden in de jaren '20 voornamelijk door politieke overwegingen aangelegd en kregen, net als in de rest van Nederland, veel concurrentie van het wegverkeer. De lijnen vervoerden minder reizigers en goederen dan verwacht. In de jaren '30 sloten door heel Nederland veel lokaalspoorlijnen en interlokale tramlijnen. Nadat de stoomtramlijnen Maastricht - Vaals en Roermond - Sittard zestien jaar lang verlies hadden geleden, sloot de Limburgsche Tramweg-Maatschappij in 1938 het laatste deel van de tramlijnen. Als vervanging werden bussen ingezet. Het kolenvervoer tussen Echt en Maasbracht was inmiddels ook opgeheven, waardoor de LTM 53 geen werk meer had. De LTM 53 werd in 1937 verkocht aan de steenkolenmijn Julia en kreeg daar het nummer III. De Julia III werd korte tijd verhuurd aan de Staatsmijnen (SM).

Na de integratie van de mijnen ‘Julia’ en ‘Laura’ in Eygelshoven werden vanaf 1962 alle locomotieven van beide mijnen opgenomen in de nummering van de ‘Laura & Vereeniging’. De Laura 9 kreeg het nummer LV 9 en de Julia III kreeg het nummer LV 11. Het nummersysteem van de mijnen werkte door de ketels van de stoomlocomotieven te nummeren, en de locomotief kreeg daarmee het nummer van de ketel die hij gebruikte. Als een (genummerde) ketel dus werd overgezet in een andere stoomlocomotief, kreeg de locomotief waar de ketel in werd gezet dus het oude nummer van de vorige stoomlocomotief.

Door de sterke opkomst van vrachtwagens in de jaren '60 liep het goederenvervoer per spoor terug en sloten veel los- en laadplaatsen. Sinds de ontdekking van het aardgasveld onder Groningen in 1959 begonnen de kolenmijnen in Zuid-Limburg verlies te maken. Naast het Groningse gas hadden de kolenmijnen veel concurrentie van olie en goedkopere steenkolen uit buitenlandse mijnen. De kolentreinen vanuit Limburg naar de rest van het land, waar NS veel geld aan verdiende, namen sterk af. De mijn Hendrik werd in 1963 als eerste gesloten. Op 17 december 1965 maakte toenmalig minister-president Joop den Uyl in Heerlen de sluiting van de kolenmijnen in Nederland bekend. In 1965 werd nog 11,446 miljoen ton steenkool gedolven. Daarna nam de productie explosief af. Op 20 december 1974 werd de mijn Julia als een na laatste mijn in Nederland gesloten, gevolgd door de Oranje-Nassau I op 31 december van dat jaar.

De LV 9 werd in 1971 terzijde gesteld. Hoewel de LV 11 (ex-LTM 53) uiteindelijk werd gesloopt, werd de LV 9 in 1973 gered door de Stoomtrein Goes - Borsele. In 1981 liet de SGB de stoomlocomotief 2 'Dina' vanwege ernstige problemen slopen. Nadat het nummer 2 was vrijgekomen, kreeg de LV 9 dit nummer. De nieuwe 2 kreeg tevens de naam 'Borsele' als eerbetoon aan de gemeente waarvan de SGB veel hulp had gekregen. In de jaren '90 kreeg de SGB 2 een uitgebreide revisie. Hierbij kreeg de locomotief onder andere een nieuwe ketel. De oude ketel werd naast de werkplaats van de SGB geplaatst. Tijdens de revisie werden de afmetingen van een andere bestaande soortgenoot van de locomotief in Frankrijk gebruikt. De locomotief werd geschilderd in de donkergroene huisstijl van de Limburgsche Tramweg-Maatschappij, zoals de LTM 53 tussen 1932 en 1937 had gereden. In 1999 werd de SGB 2 feestelijk in dienst gesteld. Tussen 2012 en 2016 werd de locomotief terzijde gesteld. Momenteel staat de SGB 2 te wachten op een revisie.

Van het stoomtrammaterieel van de Limburgsche Tramweg-Maatschappij zijn één locomotief en twee rijtuigen bewaard. De stoomloc LTM 26 en de rijtuigen 1502 en 1504 behoren alle drie tot de collectie van de Museumstoomtram Hoorn - Medemblik. De LTM 26 is prachtig gerestaureerd, beide rijtuigen zijn opgeslagen en wachten op hun restauraties. De LTM 26, 1502 en 1504 kunnen samen een Limburgse stoomtram vormen zoals deze vroeger daadwerkelijk heeft gereden. De Stoomtrein Goes - Borsele heeft de stoomlocomotief SGB 2 in de collectie. Een soortgenoot van de locomotief heeft bij de LTM gereden als de LTM 53. De SGB 2 draagt dezelfde donkergroene huisstijl van de LTM zoals de 53 vroeger dienst heeft gedaan. De SGB 2 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de C-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed.

 
 
 
 
De SGB 2 staat in de werkplaats in Goes. 26 april 2026. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De stoomloc SGB 2 ondergaat een grote revisie, de stoomloc staat in de werkplaats van de SGB in Goes.
Sporen naar het verleden 2023, 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
 
 
 
De oorspronkele ketel van de SGB loc 2 is versleten en vervangen voor een nieuw exemplaar. De SGB heeft de ketel op het terrein
staan met een bord die uitleg geeft over de werking van de stoomketel van een stoomlocomotief. 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
Locomotief 2 'Borsele' staat in de werkplaats tijdens het evenement 'Sporen naar het verleden'. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
SGB Loc 2 staat in de werkplaats te Goes. 11 september 2016. © TreinenInNederland.nl